Bewegen = zich verplaatsen

En zo komen we bij de essentie. Het thema “Leuven in beweging” . In Leuven heeft Beweging veel te maken met “zich verplaatsen”. Een stad en zijn deelgemeenten dienen immers om in te wonen, te werken, school te lopen, te spelen, te winkelen, uit te gaan, van cultuur te proeven. Uitgangspunt is dat elke Leuvenaar zich vlot én veilig moet kunnen verplaatsen. In onze dichtbevolkte regio is dat allerminst evident. Als we onze stand leefbaar willen houden, moeten we immers ook de negatieve effecten van onze mobiliteit – verkeersslachtoffers, aantasting van de leefkwaliteit, schade aan milieu en natuur – tot een minimum beperken. Dit betekent dat we keuzes moeten maken. De fundamenteelste hebben we eigenlijk meer dan 10 jaar geleden al gemaakt. Leuven is geen verkeerswisselaar à la Lummen en al zeker geen megaparking. Met andere woorden: de historische binnenstad is het terrein van de voetganger en de fietser en pas in de allerlaatste plaats voor de individuele automobilist. Die klik heeft het beleid dus al langer gemaakt maar evengoed de doorsnee Leuvenaar. Of kent u echt iemand die heimwee heeft naar de tijd dat de Grote Markt, het Martelarenplein, de Oude Markt ingepalmd werden door auto’s in plaats van terrassen?

In mijn mobiliteitsvisie staat het STOP-principe centraal, waarbij er voorrang gegeven wordt aan Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer en dan pas aan de Personenwagen. Elke beslissing in het mobiliteitsbeleid moet aan dat principe worden afgetoetst. Als bijvoorbeeld in een woonkern een weg wordt aangelegd, dan moet eerst ruimte worden gereserveerd voor voetgangers en fietsers. Daarna krijgt een vlot doorstromend openbaar vervoer de aandacht en pas daarna het privévervoer.

Enkele voorbeelden?

  1. Onze ambitie is de Leuvense binnenstad autoluw maken waarbij we inzetten op het creëren van meer openbare, leefbare, groene ruimte zodat mensen elkaar ontmoeten en voetgangers, fietsers en gebruikers van het openbaar vervoer meer ruimte krijgen.
  2. Het creëren van voetgangerszones en toegankelijke looproutes voor iedereen zijn hierbij belangrijk. Daarom organiseren we het autoparkeren zoveel mogelijk ondergronds en richten we waar mogelijk buurtparkings in voor inwoners en bedrijven uit een bepaalde wijk. Sommige straten en buurten in de binnenstad maken we verkeersvrij waarbij verdwijnpalen worden gebruikt die uitsluitend de bewoners van de straat of de buurt toegang geven tot hun straat. Het project Bruul – Mechelsestraat biedt hiervoor inspiratie.
  3. We herbekijken het bestaande lussensysteem in de binnenstad met het oog op het creëren van meer open ruimte. Concreet willen we de lus aan het Ladeuze- en Hooverplein knippen. Zo ontstaat een grote open ruimte waar bewoners en bezoekers elkaar kunnen ontmoeten.
  4. Voor bezoekers van de stad voorzien we randparkings als een gordel rond de stad, waar men kan overstappen op duurzame vervoermiddelen die bezoekers naar de binnenstad brengen zoals milieuvriendelijke pendelbussen (elektrische) fietsen die kunnen uitgeleend worden of fietstaxi’s. We voorzien oplaadpunten voor elektrische auto’s en fietsen op verschillende plaatsen in de stad. Ook blijven we inzetten op autodelen (zowel particulier als privé) en bekijken we de mogelijkheid van de introductie van elektrische deelwagens voor korte verplaatsingen.
  5. Met het oog op het leefbaar maken en houden van onze stad willen we maximaal inzetten op fietsgebruik waarbij we oog hebben voor comfort, bereikbaarheid, stallen, educatie en beeldvorming. Zo introduceren we naast het verder uitbouwen van een fijnmazig fietsroutenetwerk, fietssnelwegen en fietsstraten waarbij fietsers voorrang hebben op andere weggebruikers.
  6. Naast fietsen, blijven we eveneens inzetten op het openbaar vervoer. De laatste jaren werd in en om Leuven een zeer dicht openbaar vervoernet gecreëerd dat veelvuldig gebruikt wordt door de Leuvenaars en bezoekers van de stad. Toch vormen zich ook hier enkele knelpunten. Zo vragen we De Lijn om de streeklijnen niet meer door het hart van de binnenstad te sturen. Ook behouden we het nachtnet. Daarnaast pleiten we voor milieuvriendelijker bussen Ook bekijken we in het kader van een toegenomen mobiliteitsvraag en de uitbreiding van de site Gasthuisberg de mogelijkheden van een light rail of tram in eigen bedding.

Een toenemend aantal inwoners en studenten stelt ook extra vragen rond goederendistributie in de stad. Met het oog op een leefbare en veilige woon- en winkelomgeving maken we werk van een goederenomslagplaats. In overleg met de handelaren creëren we deze omslagplaats aan de rand van de stad waar goederen worden overgeladen in kleinere, milieuvriendelijkere vrachtwagens, bestelwagens of op fietsen met laadbak waarmee goederen naar de binnenstad en deelgemeenten worden gebracht.

Toch zal het u niet verwonderen dat ik als pleitbezorger van “Leuven in beweging” het STOP-principe creatief zal toepassen . Eerder dan op basis van een zuiver ideologische keuze een bepaald voertuig –lees de auto- in de ban te slaan, vind ik dat je permanent moet zoeken naar nieuwe oplossingen om je zo vlot, veilig en milieuvriendelijk mogelijk van A naar B te bewegen. Hoe nuttig is een vrije busbaan, die de helft van de openbare weg beneemt, als er maar elk kwartier een bus over rijdt? Zelf vind ik het dan zinvoller om die ook open te stellen voor de automobilist die zijn wagen deelt met een paar inzittenden. Een praktische maatregel om het carpoolen te stimuleren voor wie het openbaar vervoer (nog) geen alternatief biedt. In de Verenigde Staten ruimen drie auto’s zo letterlijk de baan voor één.

En ja, dit soort maatregelen worden vandaag nog op een hoger beleidsniveau genomen. Maar mag ik er ook voor pleiten dat dit beleid er rekening mee houdt dat Vlaams-Brabant met het uitdeinende Brussel en de aantrekkingskracht van Leuven op jonge burgers zowat één grote metropool geworden is?

Op het Leuvens beleidsniveau wil ik het gegeven van Vlaams-Brabant als Grote Randstad alvast uitwerken via het zogenaamde” hub en spoke” model. Dit is een model uit de logistiek waarbij trein, fiets, bus en auto snel en efficiënt ingewisseld kunnen worden. Er moeten zoveel mogelijk transferia ontstaan waar de overgang van het ene transportmiddel naar het andere soepel verloopt. Klinkt ingewikkeld maar is het niet. Vandaag zien we in Leuven al een paar voorbeelden. Een pendelaar uit Aarschot komt met de trein aan in Leuven en voor de verplaatsing naar het industriepark van Haasrode neemt hij zijn fiets die veilig gestald is in het Fietspunt aan het station. Of het voorbeeld van de Leuvenaar die voor de universiteit werkt en alleen in zijn vrije tijd af en toe een wagen nodig heeft: in de nieuwe parking aan het Leuvens station kan hij aan een lage prijs een Cambio-wagen huren waarmee hij in het weekend een uitstap naar de Ardennen kan maken. Kan u zich de haast onbeperkte mogelijkheden inbeelden indien we dit idee verder uitbreiden door gebruik te maken van nieuwe vormen van hoogwaardig lokaal openbaar vervoer zoals kleine elektrische taxi’s, de verhuur van elektrische fietsen, enz.?

Lees verder: Bewegen = zich in de juiste richting begeven.